dinsdag 13 november 2018

Sterren

.







Om langs de verre wegen
van de sterren te bestaan.
Alles in je ogen.

Laat het nooit morgen worden.


L.B.  


.


.

vrijdag 28 september 2018

Plop

Giftig zijn voor jezelf en je gedachten is net alsof je niet in je lichaam zit. Alsof een deel van je er zo weinig om probeert te geven dat je los komt van de aarde. Op het moment dat het gebeurt voelt het als iets bedreigends maar wanneer je eraan toe geeft, is het heerlijk bevrijdend en kalm. Omdat je geen zorgen meer hebt over welk deel van jou nou leuk en gezellig is. Het gaat er eigenlijk alleen maar om dat de tijd door tikt en dat je hartslag door je polsen drukt. Als brekend porselein. Die gevoeligheid, die eigenlijk altijd dwars zat,  zal dan op een bepaald moment plaats maken voor een heerlijke, verlichtende onverschilligheid. Kleine ontploffingen in je hoofd zorgen er vervolgens voor dat je neer kunt storten in een nieuw beeld van wat goed en wat slecht is. Eigenlijk is alles slecht waardoor goed niet meer uit maakt en je oordeel weg valt. Je wordt je bewust van het kloppende gevoel in je slaap en de druk achter je ogen. Je vraagt je af waarom je ogen er eigenlijk nooit uit geplopt zijn terwijl je kop helemaal vol zat en er geen luchtfilter aanwezig was. De  kassen voelen als droge holtes waar van alles door heen kan kruipen. Afscheid nemen van je lichaam terwijl je er nog in zit is misschien wel het meest onverschillige dat ik ooit gevoeld heb.

L.B.  

vrijdag 21 september 2018

Verzin je zelf

Je droom uit je bed door het zeil op. Je kleed aan je veegt af je droom. 
De lucht in het water je huid langs. De deur uit de straat op voor angst.
De ogen van mensen vol leugens. De blikken ze stemmen het vuur.
De kronkels demonen met dromen. De vragen ze dringen het duurt.
Het uur langs het pad in de schreeuw uit. De zorg door de twijfels de spijt.
Ze geven gebreken geen tijd.
En niet ondertussen maar tijdens. De doelen ze voelen verspreid.
De stappen ze bonken de hoek om. De deur dicht de wegen zijn kwijt.
Je bed terug het licht uit je huid langs. De hoop zoek je dichter begin.
En niet ondertussen maar tijdens. De dromen de stap terug weer in.

L.B. 

maandag 17 september 2018

Verhuizen en de boze heks.

Toen mijn kamer leeg was, kon ik alle scheuren zien die me eerder nooit waren opgevallen.
Er liep een scheur vanaf de deur over het plafond, tot aan de schuine wand waar ik ooit sterren op had geplakt.
Van die sterren die licht geven in het donker.
Ik wist niet of de scheur er al had gezeten toen we hier kwamen wonen, of dat hij er langzaam was gegroeid door mijn toedoen.
En die van jou. Hij woekerde boven de lichtroze muren en de gaten waar ooit lijstjes hingen.
De kamer waarin ik weg vluchtte, de deur dicht smeed en boos op bed plofte.
Een heel huis voor ons samen met een kamertje voor mij. Waar ik iemand anders was dan beneden. Waar ik net deed alsof dat goed was.
Achteraf gezien, toen het leeg was, wist ik dat het kamertje zó veilig was, dat het gevaarlijk werd.
Het had een grens gelegd tussen jou en mij, die verder ging dan privacy en zelfontplooiing. Ik zorgde er bewust voor dat niets hier van jou kon worden, dat alles hier iets was en had van voor jouw tijd. En dat je me niet bereiken kon.
Met het simpele doel om mezelf te verhullen. Omdat ik bang was dat je me zou zien voor wie ik echt was.
Door een sprookjesachtig muurtje te metselen, kon je de boze heks niet zien die zich erachter schuil hield.
Wat ik niet wist was dat je die heks allang ontmoet had. En dat je haar best grappig vond. En interessant.
Mijn kamertje heb ik afgebroken. De brokken verleden van voor jouw tijd zijn nu verspreid over ons nieuwe huis. Naast jouw spullen, die ik altijd veilig op kon bergen onder laagjes nieuwe tijd maar die nu staan te pronken alsof het trofeeën zijn.
Alles mag er zijn nu.
Voor het eerst.
Van zowel jou als mij.
En we zullen nieuwe scheuren maken maar die zijn welkom, deze keer.

L.B. 

maandag 27 augustus 2018

september en de regen


Een nieuw begin kondigde zich altijd aan met het trage bonken en een vastberadenheid die ik nooit eerder had mee gemaakt.
Doorstappen, een doel.
En eigenlijk maakte het begin niet veel uit want het bleef toch altijd hetzelfde.
Maar iets van het door willen, hoop hebben, het had iets nieuws waardoor ik het als het begin kon ervaren.
De regen van september die me verwelkomde met hernieuwde moed.
De beginnende herfst die met zijn buien voor mij als begin van het jaar was.
Niet het einde, niet het aftakelen maar het opbloeien van de kleuren.
De bruine vloer in het woud.

Maar deze keer, dit begin...
Het duurde gewoon te lang voordat het kwam.
En het oude hoofdstuk was al afgerond. Of eerder afgekapt.
Als een hoopvolle scheut die ervan uit ging dat hij alle ruimte kreeg om wortel te schieten.
Uitgerukt. Afgestreept. Plat getrapt.

En het begin had moeten komen.
Het had zich aan moeten kondigen met hoopvolle tintelingen en opgelucht gemompel.
Maar het kwam niet.
En ik keek omhoog, naar de regen. De regen van september. De regen die me op had moeten trekken.
De regen die ik associeerde met veiligheid en het idee dat alles goed zou komen.
Nu voelde het zuur aan mijn ogen.
En iets in mij dacht: ‘Nou goed dan.

Dan niet.'

L.B. 

donderdag 23 augustus 2018

Hoop

Hier is de hoop terug van de ochtend,
hier zijn de dagen dat ik kon.
En weg gekropen in een schuilplaats
weet ik niet meer goed waarom.

Want elke keer als ik probeer
stokt de adem in mijn keel.
Hoe hoog de nood is of hoeveel
ik ook vertellen wil.

En morgen is een nieuw begin
maar ik weet niet meer waarom.

L.B.